donderdag 28 juli 2016

1921

• Direct na het winterreces, in het vroege voorjaar van 1921, werd het onderzoek hier hervat. Deze tijd van het jaar was heel bewust gekozen. Zoals Uilkema in zijn eerste werk verslag zou uiteenzetten, was het van groot belang per streek het juiste seizoen voor het documentatiewerk te bepalen, afhankelijk van het type landbouwbedrijf: ‘..De hooioogst die einde Mei begin Juni aanvangt vorderde gebiedend, dat in de voorzomer vooral de weidestreken in studie werden genomen, zoowel b.v. dus het Friesche Noord-Holland als het niet-Friesche Zuid-Holland. Na 1 Juni worden langzamerhand de hooibergen en schuren gevuld en ontbreekt aan de bewoners lust en tijd zich voor mijne studie te interesseeren, terwijl daarbij toch voorlichting en medewerking van den boer de voorwaarde is.’
Uilkema, een historisch boerderij-onderzoek. Boerderij-onderzoek in Nederland 1914-1934. Deel 1.

In het vroege voorjaar van 1921 laat Gestel aan de Buerweg nr. 4 een huis bouwen door zijn vriend de architect L. Streefkerk. Tegelijk huurt hij een schildersruimte aan dc St. Antoniusstraat. De atelierwoning in Amsterdam, aan de Tweede Jan Steenstraat, wordt opgeheven. Niet lang na de bouw, in de winter van 1922 gaat Gestel op reis, eerst naar Duitsland en daarna naar Italië. Bijna een jaar lang woont en werkt hij op Sicilië. In de periode 1925-1927 verblijft hij in Drongen, nabij Gent. Pas eind 1928 is Gestel weer in Bergen. In februari van 1929 slaat het noodlot toe. Gestel verliest door een grote brand in zijn atelier veel van zijn schilderijen, tekeningen en schetsen. Na deze zware slag verhuist het echtpaar naar Blaricum, alwaar Gestel in 1941 kort na zijn 60ste verjaardag sterft.
Bergense kroniek van 1 mei 2002. Rubriek 'Museumnieuws', over de tentoonstelling 'Leo Gestel in Bergen'.

• Wat een dierendrama in het vroege voorjaar van 1921 op de Nieuwestad in Leeuwarden! Daar dartelen op een zonnige zondag twee hondjes, zoals alleen die beestjes zich kunnen vermaken: ze stuiven op elkaar af, doen net alsof ze elkaar bijten, maken de gekste capriolen en hebben geen oog meer voor wie of wat dan ook. Zo eindigt hun spel, wanneer er een van de dieren te water
raakt: de hond tuimelt in de gracht en ziet geen kans bij de hoge walmuur naar boven te komen.
Maar daar ontdekt het beestje de opening van een riool en het klimt in het gat. Zich verder werkend door de onderaardse gang, geraakt de hond allengs in nauwere gedeelten en dan komt het arme beestje klem-vast te zitten - het kan geen kant meer uit, noch voor noch achteruit.
Drie dagen later wordt ontdekt, dat het dier in de Kleine Kerkstraat ter hoogte van de Burmaniastraat het riool verspert.
't Kleine Krantsje van 1 juni 1995. 'Dierendrama bij de Nieuwestad'.

• De maatschappij zal dan bouwen eene centrale waterleiding voor al de genoemde gemeenten. [...] Verwacht mag worden dat in het vroege voorjaar van 1921 met den bouw der waterleiding aangevangen kan worden.
Enkele gemeenten hielden zich nog afzijdig. Er kan evenwel niet aan worden getwijfeld of ook deze zullen zich aansluiten.
De reeds deelnemende gemeenten tellen te zamen ongeveer 100.000 inwoners. Het buizennet zal eene lengte krijgen van ongeveer 390 K.M. Een tweetal pompstations zullen worden gebouwd. Men rekent op een bouwtijd van ongeveer 1 1/2 tot 2 jaar.
Echo van het Zuiden van 7 oktober 1920.

• In de tijd kort na de eerste wereldoorlog beschouwden vele christenen met afkeer de opkomende sportbeweging. Dit wantrouwen gold de toen reeds opkomende recordjacht, mensenverering, sensatie en misbruik van de zondag. Het was een kleine Gideonsbende, die in 1920 met enkele verenigingen de Christelijke Korfbal Bond oprichtte. Reeds spoedig daarna werden de eerste initiatieven in de Sleutelstad genomen. Een eresaluut aan de oprichter van de L.C K.C Pernix, de heer H. de Vries. Deze jongeman vormde in het vroege voorjaar van 1921 met de heren N. Rudolph en C. A. de Bruyn een comité Op 11 mei 1921 verzamelden zij 20 jongelui in een zaaltje van gebouw Prediker en de oprichting van een christelijke korfbalvereniging was een feit. De naam Pernix (Latijn voor „vlug ter been") werd na enige tijd aan de jonggeborene gegeven. De belangstelling van de ouderen was gering.
Nieuwe Leidsche Courant, 9 mei 1961. 'Christelijke korfbalclub Pernix bestaat 40 jaar'.

• Van Gelder werd geboren op den eersten Kerstdag van het jaar 1860 te Wormerveer. [...] Na zijn promotie, den 17den Januari 1888, deed hij een studiereis van ruim 4 maanden naar Italië, werd daarop leeraar in de klassieke talen aan het gymnasium eerst te Breda, vervolgens sinds 1892 te Leiden. Vier jaren later, 3 October 1896, vestigde hij zich te Utrecht als privaatdocent in de Oude Geschiedenis, en werd er in 1902 tot lector, in 1906 tot buitengewoon hoogleeraar in hetzelfde vak benoemd. Onze Akademie nam hem in haar midden op in 1913. Het extra-ordinariaat te Utrecht verwisselde hij voor het gewoon Hoogleeraarschap te Leiden, na het aftreden van ons kortelings overleden medelid Holwerda (1915). Aan een lang gekoesterden wensch voldoende ging hij in het vroege voorjaar van 1921 naar Griekenland, keerde den 3den Juni vandaar terug, maar stierf, terstond na zijn terugkeer ziek geworden, den 27sten Augustus 1921.
• U.Ph. Boissevain, Levensbericht H. van Gelder. Over den wetenschappelijken arbeid van Hendrik van Gelder.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen